Erfgoednieuws 2025-1

Erfgoedpartners | Centrum Groninger Taal & Cultuur

Inhoud

LGLN, Kadaster, Esri, TomTom, Garmin, Foursquare, FAO, METI/NASA, USGS
Powered by Esri

Taalveranderingen en veranderende aantallen sprekers van het Fries en Nedersaksisch

Tekst: Cato Piek


Elke maand verdwijnt er een taal van de wereldkaart. Tegen het einde van deze eeuw kan maar liefst 80% van de talen verloren zijn. Welke processen spelen hierbij een rol, en wat kunnen we doen om deze trend te keren? Dit is het centrale thema van het promotieonderzoek van Raoul Buurke, waarbij hij zich specifiek richt op het Fries en het Nedersaksisch. Hij verdedigde zijn proefschrift op donderdag 13 februari aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Fries en Nedersaksisch: twee talen, twee verhalen

Het Fries en het Nedersaksisch zijn twee minderheidstalen die in het noorden en oosten van Nederland worden gesproken. Beide talen hebben een rijke geschiedenis en worden al eeuwenlang gesproken, maar staan onder druk door de dominante positie van het Nederlands. Toch gaat het met het Fries een stuk beter dan met het Nedersaksisch.

‘Het contrast tussen deze talen is opvallend’ legt Buurke uit. ‘Het Fries krijgt steun vanuit de overheid en wordt actief beschermd. Voor het Nedersaksisch is die steun er veel minder, en dat zie je terug in het aantal sprekers en de mate waarin de taal wordt doorgegeven.’

Raoul Buurke verdedigde zijn proefschrift over taal- en sprekerspopulatieveranderingen op 13 februari 2025. Foto: Cato Piek

Onderzoek

Uit zijn onderzoek blijkt dat binnen Friese gezinnen de taal vaker doorgeven wordt aan de kinderen, vooral als beide ouders Fries spreken en er trots op zijn. Zelfs als maar een van beide ouders het Fries spreekt, blijft er ruimte voor het Fries binnen het gezin. Bij het Nedersaksisch is de situatie kwetsbaarder: ouders geven de taal alleen door als ze er zelf een positieve houding tegenover hebben en als een van de ouders de taal niet spreekt, wordt die zelden doorgegeven.

Uitspraak

Ook in de uitspraak is er een verschil. Het Fries behoudt relatief meer unieke talige kenmerken, terwijl het Nedersaksisch in sommige regio’s steeds meer op het Nederlands begint te lijken. In Groningen, waar vroeger scherpere verschillen waren tussen lokale dialecten, lijkt er bijvoorbeeld bewijs te zijn voor een één overkoepelende ‘Groningse’ klank. De verschillen tussen Friese varianten lijken ook kleiner te zijn dan voorheen, maar deze varianten zijn ondanks deze uitspraakveranderingen niet aanzienlijk meer op het Nederlands gaan lijken.

Dagblad v/h Noorden 24 februari 2024

Het kip-of-ei-probleem

Dat het Fries beter wordt onderhouden dan het Nedersaksisch komt zowel door de betrokkenheid van de sprekers als door (financiële) steun van de overheid. Buurke noemt dit het kip-of-ei-probleem: Krijgt het Fries meer steun omdat de gemeenschap zich zo actief inzet? Of zet de gemeenschap zich juist in omdat er meer steun is?

Hoeveel het Nedersaksisch wordt doorgegeven aan de kinderen. Blauw: relatief weinig. Oranje: relatief vaak. Bron: Proefschrift Raoul Buurke

Hoe het ook zij, Buurke ziet het als een versterkende cirkel: meer betrokkenheid leidt tot meer steun, en die steun zorgt op zijn beurt weer voor meer betrokkenheid. 'Het is niet genoeg om alleen geld van de overheid te ontvangen om het Nedersaksisch te ‘redden',' legt hij uit. ‘Er is ook motivatie en participatie nodig van de inwoners zelf. Maar zonder enige steun van het Rijk blijft het voor taalgemeenschappen ontzettend moeilijk om hun taal levend te houden en is het makkelijk om bij de pakken te gaan neerzitten.’

Lessen voor bedreigde talen Buurke’s onderzoek biedt hoopvolle inzichten voor andere bedreigde talen wereldwijd. Taalbehoud vraagt niet alleen om overheidsbeleid, maar ook om trots op de eigen taal en cultuur. Zowel taalgemeenschappen als overheden spelen hierin een belangrijke rol. ‘Het Fries kan als voorbeeld dienen,’ zegt Buurke. ‘Als we de negatieve trends door laten zetten dan is er over twee generaties niks meer te redden voor het Gronings.’ Maar het is niet allemaal negatief vindt Buurke: ‘Er is wel iets van een oplevend sentiment voor streektalen.’ En daarnaast wordt ook digitalisering en taalmodellen benoemd als kansen binnen de streektaal.

Wie is Raoul Buurke?

Raoul Buurke werd in 1995 geboren in Groningen, Suriname, en kwam op jonge leeftijd naar Nederland. Zijn vaders familie komt uit de regio Midden-Groningen en spreekt Gronings. Al vroeg ontwikkelde hij een fascinatie voor taal en wetenschap. Na een brede academische start vond hij zijn passie in de taalwetenschap, waarin een bachelor heeft behaald en later ook (cum laude) een onderzoeksmaster.

Naast zijn wetenschappelijke werk zet Raoul zich actief in om zijn kennis te delen met het publiek. Zo droeg hij bij aan het Nederlandse lesprogramma Kern Nederlands, gaf hij gastcolleges over streektaal en ontwikkelde hij het interactieve programma Klankkaleidoscoop, dat met behulp van kunstmatige intelligentie kan raden waar iemand vandaan komt op basis van hun uitspraak.

Een van zijn meest opvallende bijdragen is het bordspel Streektaalstrijd, dat hij samen met collega’s ontwikkelde en werd genomineerd voor de Populariseringsprijs van de Landelijke Onderzoekschool Taalwetenschap. Dit spel laat spelers op een speelse manier kennismaken met taaldiversiteit in Nederland en heeft inmiddels veel mensen enthousiast gemaakt over streek- en minderheidstalen.

Streektaalstrijd (promo)

50 jaar Grunneger Bouk

Tekst: Jan Groenbroek


Op 3 december 1974 werd de Stichting t Grunneger Bouk opgericht. Het doel van de stichting is volgens de statuten ‘het bevorderen van de uitgifte van - en het stimuleren van de belangstelling voor - boeken en andere publicaties, geschreven in het Gronings of in een ander Nedersaksisch dialect, dan wel - mits zij betrekking hebben op stad en/of provincie Groningen - in het Nederlands’.

De stichting werd opgericht nadat de deelnemers aan een streektaalweekend in volkshogeschool Oldörp in Uithuizen, waaronder Prof. Dr. Hans Elema, Dr. P.J. van Leeuwen, Swier Broekema en enkele uitgevers, tot de conclusie waren gekomen dat het voor uitgevers onmogelijk was geworden boeken in de streektaal te laten verschijnen. Het aantal lezers van boeken in het Gronings was te beperkt, de oplagen waren te klein. Daarom werd een nieuwe formule bedacht: een bundeling van belangstellenden en lezers in een stichting om het uitgeven van boeken en het lezen in de streektaal te bevorderen. De formule sloeg aan. Binnen twee maanden waren er al meer dan 500 begunstigers. 

Dr. Jan J. Boer overhandigt de eerste K. ter Laanprijs aan Lianne Abeln en David Hartsema op de Dag van t Grunneger Bouk 1985. (Foto: archief Stichting t Grunneger Bouk).

Oet Boukenkist

Begonnen werd met het werven van begunstigers en het verstrekken van informatie over verschenen en nog te verschijnen boeken in een Begunstigersbericht. Dit informatiebulletin groeide uit tot het geïllustreerde kwartaalbericht Oet Boukenkist (1979), de voorloper van het tijdschrift Toal en Taiken (1983). Begunstigers kregen in de beginjaren regelmatig gelegenheid bij de Stichting t Grunneger Bouk boeken te bestellen.

Vanaf 1978 ging dat via De Boukenkist, aanvankelijk inderdaad een kistje met Groninger, Drentse en Oostfriese boeken, die werd beheerd door directeur Swier Broekema van de Culturele Raad voor de Provincie Groningen aan het Martinikerkhof. Daar kreeg De Boukenkist ook een ruimte toebedeeld waar de boeken konden worden opgeslagen en ook belangstellenden konden worden ontvangen. In 1985 kwamen Grunneger Bouk en Boukenkist daar onder één dak samen met de nieuwe Stichting Grunneger Toal en streektaalfunctionaris Siemon Reker. 

Siemon Reker © Corné Sparideans

Gouden tijden

Uitgevers en verkopers van Groninger boeken beleefden gouden tijden. Op 25 november 1987 werd in De Sleutel in Groningen tijdens de presentatie van de verhalenbundel Zo Dag en deur van Kees Visscher, een coproductie van Stichting t Grunneger Bouk en Mollebone Literair, gevierd dat er in dat jaar liefst 22 boeken in het Gronings waren verschenen. ‘Boeken in streektaal vallen als rijpe appels van de boom’ kopte het Nieuwsblad van het Noorden op 15 december 1989.

Begunstigersboek

Nog voor de officiële oprichtingsdatum werd het begrip begunstigersboek geïntroduceerd en kregen alle begunstigers die zich in de loop van 1974 hadden aangemeld het Jaarboek Groningen 1973 toegezonden, een uitgave van Knoop & Niemeijer in Haren. 

Jan Groenbroek

Na de plotselinge dood van de eerste secretaris-penningmeester van de stichting, Kornelis Mulder, in 1978, nam Fred Slijkerman het secretariaat en het beheer van de Boukenkist op zich. De Boukenkist werd in 1980 overgenomen door Jan Groenbroek, die ook hoofdredacteur werd van Oet Boukenkist. Drie jaar later werd dit jonge bestuurslid hoofdredacteur van Toal en Taiken, tiedschrift veur Grunneger Kultuur, dat was ontstaan uit een samenvoeging van Oet Boukenkist en Verspraaid Verbonden, het orgaan van het Grunneger Genootschop, het overkoepelende lichaam van de toen nog talrijke Groninger verenigingen in Nederland. Voorzitter van beide organisaties was tot 1992 dr. Jan J. Boer.

Toal en Taiken

Toal en Taiken beleefde een vliegende start, want het aantal begunstigers, die Oet Boukenkist ontvingen bedroeg op het moment van de oprichting van het nieuwe tijdschrift al ruim 1200, terwijl Het Grunneger Genootschop met Verspraaid Verbonden 500 leden inbracht.

Het begunstigers- en abonneebestand groeide met name in de ‘Ede Staaljaren’ explosief en bereikte in 1999 het aantal van bijna 6000. Toal en Taiken was daarmee veruit het grootste streektaalblad van Nederland. Het werd tweemaandelijks met een omvang van 64 pagina’s toegestuurd aan abonnees en begunstigers binnen en buiten de provincie Groningen tot in de VS, Canada, Zuid-Afrika en Australië. De gevarieerde inhoud met bijdragen over de geschiedenis van Groningen naast Groningstalige proza en verder alle mogelijke informatie over Groninger muziek, toneel, taal en taalkunde, interviews, een Groninger puzzel, een stripverhaal in het Gronings, actueel nieuws over uiteenlopende gebeurtenissen op het Groninger erf en nieuws van de Groninger verenigingen elders in het land bleek een succesformule.

Jan Groenbroek heeft het eerste exemplaar van het begunstigersboek 2024 overhandigd aan Judith van Hoving, de oudste kleindochter van dr. Jan J. Boer. (Foto: Jur Engels.)

Vanaf de millenniumwisseling liep het begunstigers- en abonneebestand gestaag terug tot 1700 ten tijde van de viering van het 50-jarig bestaan. De achteruitgang wordt voornamelijk veroorzaakt door vergrijzing, terwijl de aanwas van onderop gering is. Het blad verschijnt nu nog vier keer per jaar met een omvang van 56 pagina’s. Het gevolg van de terugloop is, dat het jaarlijkse begunstigersboek niet meer kan worden geproduceerd voor de meerprijs van vijf euro die de 1400 begunstigers betalen ten opzichte van 300 abonnees. De reserves moeten worden aangesproken. Toch is er in 2024 weer een begunstigersgeschenk uitgegeven: de verhalenbundel Fientje Florizant, uitgebracht als eerbetoon aan de auteur, Jan J. Boer, die bijna 18 jaar voorzitter van de Stichting t Grunneger Bouk was. Om te blijven voldoen aan de doelstelling jaarlijks tenminste één boek in het Gronings uit te geven, zal ook in 2025 weer een begunstigersboek verschijnen.

Dag van t Grunneger Bouk

Vanaf 1977 tot en met 2009 werd voor de begunstigers de Dag van t Grunneger Bouk georganiseerd met een gevarieerd programma, dat uitverkochte theaterzalen trok. Tijdens deze manifestatie werden ook de literaire prijs en de K. ter Laanprijs uitgereikt. De eerste winnaar van de literaire prijs was Siemon van Wattum (1981), de laatste Nina Werkman (2012).

De K. ter Laanprijs wordt nog steeds tweejaarlijks uitgereikt aan mensen en organisaties die zich verdienstelijk maken voor de Groninger taal en cultuur. De eerste winnaars waren in 1985 Lianne Abeln en David Hartsema. 

Na de laatste Dag van t Grunneger Bouk in 2009 nam voorzitter Herman Euverink na zeventien jaar afscheid. Hij werd opgevolgd door Jan Sietsema. Daarna werd het voorzitterschap vervuld door respectievelijk Emme Groot, Nane van der Molen en Jan Groenbroek.

Lianne Abeln Collectie (Joaren Loater)

De Boukenkist

Vanaf 1978 is De Boukenkist als onderdeel van Stichting t Grunneger Bouk uitgegroeid tot een unieke verzameling Groninger boeken, zowel in het Gronings als in het Nederlands. Aanvankelijk werd de collectie regelmatig tentoongesteld in het kader van allerlei culturele activiteiten, later werden met name op Groninger avonden uitsluitend verkoopbare boeken uitgestald, die in de pauzes werden verkocht. Stichting De Boukenkist is uitgegroeid tot een zelfstandig bedrijf, dat zorgt voor de verkoop en distributie van Groninger boeken. Waar mogelijk toont De Boukenkist regelmatig een groot deel van haar verkoopcollectie aan een breed publiek, zoals op het GRN festival, eerder de Dag van de Grunneger Toal.

Grunneger Cultuurcentrum

De complete collectie verhuisde in 1996 samen met Stichting t Grunneger Bouk en Toal en Taiken naar Scheemda. Voor het onderkomen in de voormalige Rabobank werd de naam Grunneger Cultuurcentrum bedacht. Ruim 7500 boeken en andere publicaties, tijdschriften van vroeger en nu, geluidsdragers en beeldmateriaal vormen samen met een nog steeds groeiende verzameling van meer dan 20.000 krantenartikelen over de meest uiteenlopende Groninger onderwerpen, die op  www.grunnegercultuur.nl  kunnen worden geraadpleegd, een buitengewoon omvangrijk documentatiecentrum.

Stichting t Grunneger Bouk werkt sinds 2023 nauw samen met Centrum Groninger Taal & Cultuur | Erfgoedpartners. Momenteel vinden gesprekken plaats over de toekomst van Grunneger Bouk, Toal en Taiken en Grunneger Cultuurcentrum. Het is van wezenlijk belang dat jongere mensen worden gevonden die dit Groninger erfgoed aan de volgende generatie kunnen doorgegeven.

Goud / Fraeylemaborg Slochteren: 50 jaar museum

Tekst: Carien Kremer / Beeld: Fraeylemaborg 


‘Nu de feodale taken van de borgen zijn weggevallen, zouden zij opnieuw in het leven van het gewest Groningen van grote betekenis kunnen zijn als centra van cultuurbehoud en cultuureducatie’.


In 1975 spreekt Pieter Huizinga, conservator, zijn hoop uit voor de toekomst van de Fraeylemaborg. De borg is na een grondige restauratie net geopend als museum. Het is Huizinga duidelijk dat de meningen over een ‘passende’ bestemming zeer kunnen verschillen. Heel herkenbaar voor eenieder die is betrokken bij het beheer en behoud van een monumentaal pand. 

Schitterende Ballast

In het recent verschenen boek ‘Schitterende Ballast’* schrijft Huizinga’s opvolger, Henny van Harten, over de totstandkoming van de Fraeylemaborg als museum. Het landgoed in Slochteren had eeuwenlang ‘de feodale taak’ vervuld. Na zeven eeuwen bewoning, periodes van uitbreiding en verval, verkoop en vererving, komt in 1971 aan de bewonersgeschiedenis een einde. 

Eerst wordt de inboedel verkocht op veilingen en boeldagen. In 1972 volgt de borg en het park. De nieuwe eigenaar, de Gerrit van Houten Stichting, zet de koers voor een museale bestemming. Het is duidelijk dat nauwe samenwerking is vereist en vanaf het begin dragen diverse stichtingen, musea, overheden en particulieren bij. Met hulp van de eerste vrijwilligers opent de borg in 1975 als museum. 

Dit jaar is dat precies 50 jaar geleden, reden voor feest. We vieren het jubileum publiekelijk, tijdens de Open Monumentendagen in september 2025, maar ook op andere gepaste momenten. Het 50-jarig bestaan is een kans om terug te kijken en te vieren wat er is bereikt. En om vooruit te kijken. Want de ambitie om de cultuurhistorische waarde te behouden voor een zo breed mogelijk publiek blijft urgent. Een greep uit de plannen in het jubileumjaar.

Restauratie van het park

De Fraeylemaborg, schathuizen en bruggen worden in 1971 onder bescherming van de Monumentenwet geplaatst. In 1986 volgt het park. Het is een belangrijk moment in het beheer van het landgoed, een erkenning dat naast de natuurwaarde ook de bijzondere vorm en geschiedenis van het park behouden moet blijven. 

Aan het begin van de 19 e  eeuw werd het park zoals we het nu kennen in grote lijn vormgegeven. De strakke zichtlijnen uit de barok, die dwars door de borg van de ene naar de andere kant lopen, worden behouden. Daarnaast komen elementen uit de Engelse landschapsstijl die het geheel verzachten. De ‘hoge berg’, de grillige vijvers, slingerpaden en nieuwe boomsoorten uit de koloniën deden hun intrede. Een aantal van deze bomen, inmiddels 200 jaar oud, komt aan het eind van hun natuurlijk leven of is al eerder verdwenen. 

Tuin Fraeylemaborg in de winter; foto: Fraeylemaborg

In 2025 wordt daarom verder gewerkt aan het herstel van de historische belijning. Dankzij een goede samenwerking met de gemeente, zal de historische aanleg in het landgoed en dorp als één behandeld worden.  

Tentoonstelling over 50 jaar trouwen

De traditie van het huwelijk past naadloos in de geschiedenis van de buitenplaats. De romantische Fraeylemaborg is een populaire locatie. Zo’n 8.000 paren zijn in de laatste vijftig jaar in de echt verbonden. Vooral in de jaren zeventig en tachtig als de borg de enige trouwlocatie is in de gemeente Slochteren. Een onderdeel van de maatschappelijke functie die het nieuwe museum moest vervullen.  

Foto: Fraeylemaborg

Ook vandaag de dag blijft de Fraeylemaborg een populaire trouwlocatie. Op een oproep voor foto’s van Fraeylema-paren kwamen veel reacties. Het resultaat is vanaf 14 februari te zien in de Kleine Zaal, of trouwzaal van de borg. De foto’s tonen traditie en vernieuwing; van mode en fotografie tot historische momenten zoals coronahuwelijken, en de wetswijziging die trouwen mogelijk maakte voor paren van hetzelfde geslacht.  Wie cynisch kijkt naar huwelijken op een historische locatie als een ‘verdienmodel’, mist de veel belangrijkere connectie die zo’n bijzondere dag brengt. 

Ontwikkeling presentatie

De stijlkamers van de Fraeylemaborg zijn samengesteld om een beeld te geven van het leven in een huis van stand in de eerste helft van de twintigste eeuw. Maar is dat nog steeds voldoende?  Dit jaar zal de presentatie verbreden om ook de meer recente geschiedenis ruimte te geven. 

De sociaalmaatschappelijke veranderingen die zich in de jaren vijftig en zestig in Nederland doorzetten hebben een grote impact gehad op de buitenplaats en dat zien we ook in Slochteren. De periode is goed onderzocht en gedocumenteerd. Henny van Hartens ‘Toen gewoon, achteraf bijzonder’ (2015) schetst met behulp van oral history interviews een boeiend beeld van het dagelijkse leven op de borg, ook in de periode na de oorlog. Het huisarchief van de Fraeylemaborg nodigt uit tot verdere verdieping.

Toekomst

Vijftig jaar is niet veel in een meer dan zeven eeuwen oude borg. Generatie na generatie leeft met de Fraeylemaborg; als een werkplek, een thuis, een plek om te wandelen, trouwen en verwonderen. Het lijkt zo zeker. Zo veilig. Zo eeuwig. Maar dat is het niet. Om te eindigen met de woorden van Huizinga: Maar ook ‘Fraeylema’ is een te kwetsbaar bezit, - dat niet is gekocht – en daarna gerestaureerd- om het nu zonder meer aan de wisselvalligheden van een onzeker bestaan prijs te geven. Al diegenen, die op welke wijze dan ook bij het beheer van deze borg en dit landgoed zijn betrokken, dienen zich steeds opnieuw daarvan bewust te zijn, dat zij handelen met één van de fraaiste en meest unieke monumenten van ons gewest en ons land. Het is een verplichting en een voorrecht. 

Met dank aan de Stichting Kastelen, Buitenplaatsen en Landgoederen waar dit artikel eerder is verschenen in de nieuwsbrief.

500 jaar landgoed Nienoord

Tekst: Geert Pruiksma / Beeld: Landgoed Nienoord

Nijen Oord

Toegegeven: zo'n landgoed ontstaat niet in een dag en ook niet in een jaar. Rond 1500 is de Hanzestad Groningen booming en is daar veel energie nodig. Daar wil Wigbold van Ewsum wel voor zorgen. Aan de doorgaande weg tussen de eeuwenoude dorpen Midwolde en Roden koopt hij grond, om turf uit te steken. Zijn familie bewoont de borg Ewsum in Middelstum; zijn nieuwe plek hier noemt hij 'Nijen Oord'. De omgeving gaat al snel op de schop. Arbeiders graven sloten, voor een betere afwatering in het moerasachtige gebied. Met daarin 'verlaten': kleppen om de waterstand op niveau te houden. En om tol te heffen. Turfschippers meren aan en af in een nieuw haventje pal naast het landgoed. Handelaren gaan hier wonen. Het dorp Leek is geboren, rondom dat haventje, naast de ingang van het landgoed. Wigbold investeert zo veel geld in zijn projecten, dat hij er bijna onderdoor gaat. Na zijn dood zet zijn vrouw Beetke van Rasquert hun onderneming voort. Hun nazaten verwerven nog meer grond en rechten, tot het erfelijk grietmanschap van heel Vredewold aan toe.

Anna wordt gravin

Zo 'n twee eeuwen later groeit borgvrouwe Anna van Ewsum uit tot een waar fenomeen. Het praalgraf dat zij beeldhouwer Rombout Verhulst laat houwen voor haar jong overleden man Carel Hieronymus von Inn- und Kniphausen: het trekt duizenden toeristen per jaar naar de kerk van Midwolde. Als een van de aller fraaiste en meest monumentale barokke beeldhouwwerken in het Noorden. Wandschilderingen van Hermannus Collenius in haar opdracht pronken nog in de borg. De twee sierkanonnen in het park horen bij een serie van drie; de derde staat als topstuk te pronk in het Victoria and Albert Museum. 

Anna van Ewsum met tot slaaf gemaakte bediende door Jan de Baen

In rang gaat Anna tot de hoogste adel in het Noorden behoren, als haar tweede man Georg Wilhelm von Inn- und Kniphausen wordt verheven tot graaf. Met Anna als gravin. De von Inn- und Kniphausens wonen hier zeven generaties, totdat een dochter trouwt met een Van Panhuys. Zij laten de borg eind 19 e  eeuw helemaal renoveren: jonker Folef heeft de boel flink verwaarloosd.

Een geliefd persoon

Beter een dorp met een heer dan een heer met een dorp wordt er wel gezegd, Leek behoort rond 1900 tot de eerste categorie. Borgheer Johan Æmilius Abraham van Panhuys is een man van aanzien, als oud-burgemeester, oud-commissaris van de Koning en later van de Koningin, vicepresident van de Raad van State en Minister van Staat. En een geliefd iemand, waar iedereen met vragen of problemen zich mag melden. En die gul geeft. Als zijn koets in 1907 te water raakt en hij met zijn vrouw, zoon, schoondochter en palfrenier verdrinkt, gaat er een schok door de provincie. Zijn verweesde kleinkinderen Anneke en Bram jr. gaan naar hun tante Ernestine in Den Haag. Een halve eeuw later verkopen zij het borgcomplex aan de gemeente Leek.

Redden van de ondergang

Nederland zit vlak na WO II midden in de wederopbouw. De salons worden verhuurd aan woningzoekers. Complete gezinnen slapen tussen schotten op zolder. In de Ridderzaal komt een school, in de balzaal een museum voor opgezette dieren, aan de overkant van het borgplein huist een hondenfokker.

Tijdens de wederopbouw dreigt veel oud spul weggegooid te worden. Rijtuigen bijvoorbeeld. Tilbury’s, sjezen, landauers, berlines: de een na de ander verdwijnt. Tot heel unieke en soms sjieke aan toe. Met alle cultuur van wellevendheid er omheen. Bij veilingen op boerderijen worden verkochte wagens meteen buiten de deur al in brand gestoken: voor de wederopbouw is alleen het metaal interessant!

Nationaal Rijtuigmuseum

Een groep liefhebbers redt een hoeveelheid rijtuigen, sleden en toebehoren, die als collectie zijn weerga niet kent, van de ondergang. Ze mogen er het leegstaande borgcomplex wel mee inrichten en zo opent hier in 1958 het Nationaal Rijtuigmuseum. Boeren met liefde voor het land, vakmannen met hart voor het ambacht, de borgvrouwe op Fraeylema met gevoel voor stijl, de directeur van het Rijksmuseum als collega, de stalmeester van de koningin uit betrokkenheid: ze gunnen het nieuwe museum hun schenkingen en bruiklenen. Met het Keizerlijk Rijtuigmuseum in Wenen en het Nationaal Rijtuigmuseum in Lissabon behoort het Nationaal Rijtuigmuseum in Leek tot de drie belangrijkste collecties met historisch gerij in Europa. Waarbij je juist in Leek kunt zien hoe de boer zijn hooi binnenhaalde, de dokter zijn klanten bezocht, de familie zondags naar de kerk reed. Deze collectie is bijeengebracht door burgers en dat kun je zien.

Toeristische stimulans

De gemeente vindt wel dat ook de burgers daar terecht moeten kunnen die niet voor het museum komen. Vandaar de horecaverplichting op de benedenverdieping van de borg. Waar je in collega-borgmusea naar het koetshuis wordt verwezen voor koffie of een lunch, kun je die op Nienoord in de salon genieten. Want hier staan in het koetshuis de rijtuigen!

Hoofdpoort

De vestiging van het museum geeft een fikse stimulans aan de toeristische ontwikkeling van het landgoed. Er komt een idyllisch Openluchtpodium bij de entree van het terrein. In de polder ten noordoosten van de borgklip opent in 1963 een kinderboerderij met modelspoorbaan, inmiddels uitgegroeid tot een uitdagend maar nog even sympathiek attractiepark. Er komt een zwembad bij. Meer grasland wordt beplant, als het sterrebos en pluktuin. De IJsvereniging Leek verhuist in 1964 naar het landgoed. Aan de andere kant van de borg wordt druk gevoetbald. Andere sportverenigingen worden naar Nienoord vernoemd, zoals de Tennisvereniging en Mensport Nienoord. Wielerrondes, de Leekster Lenteloop: Nienoord ook wel het meest sportieve landgoed in Groningen. Per jaar bezoeken zo'n 200.000 liefhebbers van cultuur en natuur hier een of meer attracties. Dit markeren de buren op het landgoed graag samen met een groot feest. De turfwinning is allang gestopt maar: genoeg energie over om de samenleving aan te bieden!

Vernieuwd depot

Al snel (1961) wordt er in de tuin een groot expositiepaviljoen gebouwd. Aan het historische koetshuis wordt in 2000 een nieuw koetshuis toegevoegd, conform museale eisen: een hedendaags depotgebouw. Daar zijn de afgelopen jaren grote opslaghallen helemaal omgebouwd tot interactieve, toekomstgerichte museumzalen. Met topstukken van de nationale rijtuigcollectie in een actuele context. Vlak voor de viering van 500 jaar Nienoord opent het geheel vernieuwde depot voor het publiek. Als eerste museumdepot in Groningen. Dit project, 'Museum Nienoord Vernieuwt', is een heel belangrijke stap voorwaarts voor het Nationaal Rijtuigmuseum. 

Waarom vertellen wij u dit allemaal? Omdat Nienoord al een half millennium een gemeenschap vormt, waar honderden woonden en werkten, hoopten en vreesden. En van wie lang niet ieders naam en verhaal nog op papier staat. Misschien heeft u zo 'n naam, of een object bij een van de vele verhalen hierboven. Een foto of brief misschien? Een bijzonder verhaal dat u met de bezoekers wilt delen? Mail dan even naar  info@museumnienoord.nl  en wie weet kunnen wij dit opnemen in de tentoonstelling! Dit wordt een tentoonstelling voor en door betrokkenen, dubbel welkom dus.

De Verhalen van Groningen

Warffumers over hun sneeuwwinter van 1979

Tekst: Emmy Wagenaar Hummelinck / Beeld: Jelte Oosterhuis

Zesenveertig jaar geleden had men al een lange koude winter achter de rug met vaak ijzel en begin januari 1979 het ijzige record van min 24,5 graden, gemeten bij Ten Post. Maar het venijn zat in de staart, het ergste moest nog komen: een winter om nooit te vergeten.

Het weer

Op 11 februari 1979 stak de wind op, waarna het op 12 februari ging ijzelen en later sneeuwen. De wind bleef toenemen en de sneeuw werd voortgejaagd over de beijzelde ondergrond. Daags erna waren al veel wegen onberijdbaar geworden. Toenmalig weerman en postbode Jan Bolt kon zijn post ternauwernood nog rondbrengen.

De volgende ochtend, 14 februari, kon Bolt zijn weerhut niet meer bereiken: het vroor 8 graden en een sneeuwduin van twee meter hoog belette hem de doorgang. Hij belde het KNMI, maar werd niet geloofd. In De Bilt en bij weerman Jan Pelleboer in Eelde vroor het immers zelfs niet. Pas een uur later werd zijn alarm serieus genomen en in het radioweerbericht opgenomen. De wind nam in de loop van de veertiende verder toe tot hard en zelfs stormkracht en vormde van de gestaag vallende sneeuw steeds hogere sneeuwduinen, zodat de meeste dorpen geïsoleerd raakten. Het openbaar vervoer lag stil, de treinen kwamen vast te zitten.

Op donderdag 15 februari ging de wind pas liggen en werd de situatie in zijn volle omvang zichtbaar. De sneeuw was huizenhoog opgestoven, niemand kon de dorpen in of uit. Men was op elkaar aangewezen.

Warffumers vertellen

Voor kinderen was het een prachtige tijd. 'Fantastisch, al die sneeuwbulten, ik was klein, daarom leken ze misschien nog groter dan ze waren,' zegt Marian. Marga’s huis, tussen Warffum en Den Andel, was helemaal ingesneeuwd. 'Ik kon boven op ons huis staan en op een plastic zak naar beneden glijden. Later is ons huis uitgegraven met een kraan. Maar het waren barre tijden, we moesten lopend over de sneeuw boodschappen halen. Dat deden we met een kistje met plastic eronder.'

'Wij gingen van de Zuiderhorn lopend naar het dorp,' vertelt Hilda, 'We hadden een kistje op een slee gespijkerd, we zagen niet waar we liepen, op de weg, het kanaal of in het weiland. In het dorp was een grote saamhorigheid, iedereen hielp elkaar.'

Sneeuwruimen

Dat werd sneeuw – veel sneeuw – ruimen! Veel Warffumers hielpen bij familie Dekker om de plantenkassen, die vol met sneeuw lagen, uit te graven. In Breede ging het mis. Boer Kool zou even helpen sneeuwruimen, maar hij belandde met tractor en al in de sloot doordat niet meer te zien was waar de dam lag. Een andere tractor moest hem er weer uit trekken.

Vindingrijk werd je er ook van: Poppe, die buiten het dorp woonde, had voor zijn oude Kever een schuifbord gemonteerd, waarmee hij richting dorp ging. Halverwege kwam hij de gemeentewagen tegen, die dag en nacht op pad was om de wegen begaanbaar te maken. Zij keerden beiden om, met de afspraak dat ieder een stuk weg schoon zou houden. Daags daarop nam de gemeentewerker een jerrycan benzine voor Poppe mee. Dankbaar was men ook voor de hulp van het leger, dat zowel het dorp als de treinen kwam uitgraven.

Verlossing

Ondanks het verwoede sneeuwruimen bleef Warffum, zoals zoveel dorpen, een aantal dagen van de buitenwereld afgesneden. Dat gaf ook problemen met de gezondheidszorg. Gonnies moeder was hoogzwanger en moest op 18 februari vanwege complicaties naar het ziekenhuis. Met man en macht is er ruimte gemaakt, zodat zij vanaf de Oudendijk per legerhelikopter naar het ziekenhuis vervoerd kon worden. Een spannende en indrukwekkende gebeurtenis, want dit was geen alledaags vervoermiddel. Dankzij alle hulp werd drie dagen later een gezonde dochter, Gonnie, geboren.

Het was een winter die velen nog helder voor de geest staat, waarbij sommigen zeggen: 'Wij zouden dat nog wel eens willen beleven, het was zo gezellig en die saamhorigheid deed het dorp goed!

Tentoonstellingen & activiteiten

Een overzicht van de museale activiteiten in de provincie Groningen februari-maart 2025. Klik op de nummers in de kaart voor informatie.

1

Stinzenplanten rondwandeling

23 februari 2025 Domies Toen Pieterburen

Ieder jaar weer verrast de prachtige vroege bloei van de stinzenplanten. De bloei begint al in januari, en gaat door, met steeds nieuwe soorten, tot laat in mei. 

Op 23 februari start Domies Toen met de eerste stinzenplanten-rondwandeling van dit jaar. In Domies Toen start de bloei meestal met de winterakoniet, en dan snel gevolgd door het sneeuwklokje. Daarna is dan de boerenkrokus de volgende bloeiende stinzenplant, of, op z'n Gronings, Börgbloumke. Deze drie börgbloumkes zijn op 23 februari zeker te zien. Het blijft spannend welke er dan nog meer bloeien. Het vervolg kan per jaar, en natuurlijk ook per plek, verschillen. Dick Bakker, assistent tuinbeheerder, houdt voor Domies Toen de stinzenplantenmonitor bij waarin de bloeitijden in de belangrijkste stinzenplantentuinen bijgehouden worden. De monitor is een project waar hij meer over kan vertellen. Zo weet hij dus ook precies welke planten waar, in welke stinzentuin, nu in bloei zijn. Hij wordt geassisteerd door Annette Broekhuizen, medeauteur van het in 2006 verschenen en inmiddels uitverkochte boekje ‘Börgbloumkes in en rond Domies Toen in Pieterburen’. Tijdens de rondwandeling is vanzelfsprekend het nieuwe boekje ‘Stinzenplanten ontdekken in Domies Toen’ wel te koop.

De rondwandeling start om 14.00 uur, bij het begin van de tuin. Omdat de weersoomstandigheden in deze tijd van het jaar heel slecht kunnen zijn is het verstandig om wel even op de site te kijken of het door kan gaan.

2

Workshop Batikken

15 maart 2025 Landgoed Fraeylemaborg Slochteren

Kielzog organiseert een workshop Batikken, waarbij deelnemers de traditionele techniek van het batikken leren kennen. Deze techniek combineert warme was en verf om unieke patronen op textiel te creëren.  De workshop is op 15 maart en begint om 11:00 uur met een rondleiding door de tentoonstelling van Annie Vriezen op Landgoed Fraeylemaborg in Slochteren. De tentoonstelling dient als inspiratiebron voor de deelnemers. Aansluitend wordt er om 12:30 uur geluncht bij Kielzog aan de Hoofdstraat. Van 13:30 uur tot 17:00 uur vindt de workshop plaats op dezelfde locatie. 

Onder begeleiding van een ervaren docent ontdekken deelnemers hoe ze met was en verf bijzondere ontwerpen kunnen maken, leren ze inspirerende technieken uit verschillende culturen en krijgen ze tips om hun eigen stijl en creativiteit in hun werk te verwerken. Na afloop gaan ze naar huis met een eigen unieke creatie en een nieuwe waardering voor dit eeuwenoude ambacht. De workshop is geschikt voor zowel beginners als ervaren creatievelingen. 

De kosten voor de workshop bedragen € 90,- per persoon. Inschrijven kan via de  website van Kielzog .

3

KunstKerk Hogeland Warffum

Zondag 16 maart Theatervoorstelling Olijf, Blauwe Schuit in Winsum, start 15:00 uur (productie in samenwerking met KunstKerk Hogeland) Samen met spelers van KunstKerk Hogeland brengt Anna-Marije met beweging verschillende verhalen van het ouder worden tot leven. Als beeldend maker werkt ze vanuit persoonlijke ervaringen en verhalen, balancerend tussen pit en poëzie.

Zondag 23 maart Première in Pathé, film Kloof tussen Stad en Platteland door MDT-jongeren gemaakt, onder leiding van Sander Blom (winnaar Groningse Cultuurprijs 2024 en Niels Brouwers van de stichting Noordelijke Verhalen in samenwerking met KunstKerk Hogeland.  www.kunstkerkhogeland.nl 

4

Hoe Van Gogh naar Groningen kwam

Tot en met 5 mei 2025 Groninger Museum

Vincent van Gogh is zelf nooit in Groningen geweest, maar zijn werk kwam daar al in 1896, zes jaar na zijn overlijden, terecht. De tentoonstelling Hoe Van Gogh naar Groningen kwam in het Groninger Museum vertelt het verhaal van eigenzinnige Groningers en ondernemende studenten die moderne kunst naar het Noorden brachten. 

Podwalk ‘Hoe van Gogh naar Groningen kwam’ neemt luisteraars mee door rijke kunstgeschiedenis. Marketing Groningen en het Groninger Museum introduceerden de nieuwe podwalk ‘Hoe van Gogh naar Groningen kwam’. Deze podwalk neemt luisteraars mee langs historische locaties in de stad Groningen, waar de kunststroming door het eind van de 19 e  eeuw/de eeuwwisseling voelbaar is. Luisteraars maken tijdens deze wandeling een reis door de stad en leren hoe Groningen aan het einde van de negentiende eeuw uitbloeide tot een stad waar cultuur en wetenschap floreerde.

De podwalk ‘Hoe van Gogh naar Groningen kwam’ is te beluisteren via  visitgroningen.nl/podwalk-van-gogh . Bezoekers kunnen op eigen tempo de stad verkennen en zich onderdompelen in het kunsthistorische verhaal van Groningen.

5

Groninger Museum 150 jaar – Behind the Scenes

Tot en met 1 juni 2025 Groninger Museum

Wat komt er allemaal kijken bij het opzetten van een tentoonstelling? In de tentoonstelling Groninger Museum 150 jaar – Behind the Scenes krijg je een blik achter de schermen van het museum. Er zijn – naast de Lentetuin van Vincent van Gogh – veel meer mooie collectiestukken van onder meer Anton Corbijn, Iris van Herpen, Jeff Koons, Alessandro Mendini, Odilon Redon en Peter Paul Rubens te zien. 

6

Siemen Dijkstra De ziel van het landschap

Tot en met 22 juni 2025 Museum Wierdenland Ezinge

Landschap is mijn religie’, aldus Siemen Dijkstra (1968). Hij voelt zich sterk verbonden met het rurale landschap van Groningen en Drenthe. Dat is terug te zien in zijn werk. Dijkstra maakt, zoals geen ander dat kan, kleurenhoutsneden van de natuur om hem heen. Hierbij is hij constant op zoek naar de ziel van het landschap en wil hij de eigenheid van een gebied vangen voordat die is verdwenen. Met zijn kunst doet hij een beroep op de kijker: heb eerbied voor de natuur!

Siemen Dijkstra is opgeleid aan de Academie Minerva in Groningen, waar hij werd gestimuleerd om buiten te tekenen. Dat deed hij dan ook voor het eerst in deze regio. Hij is hier nog geregeld te vinden, zoals op het Uithuizer Wad, waarvan hij een serie houtsneden heeft gemaakt.  Dijkstra woont in Dwingeloo en is ook opgegroeid in Zuidwest-Drenthe. Dit voor hem zo vertrouwde landschap, waarin hij de bezieling extra ervaart, vormt de grootste inspiratiebron voor zijn werk.

Het werk van Siemen Dijkstra wordt gewaardeerd in binnen- en buitenland. Onlangs won hij de gerenommeerde grafiekprijs Mario Avati van de Académie des Beaux-Arts in Parijs (2021) en de Culturele Prijs Drenthe (2022). 

De ziel van Middag-Humsterland

Ezinge is het oudste permanent bewoonde dorp van Nederland en ligt in het Nationaal Landschap Middag-Humsterland. ‘Het cultuurlandschap van Middag-Humsterland bestond al in het wierdengebied toen de huidige Randstad van Nederland nog een ontoegankelijk veenmoeras was’, aldus Jan Delvigne, grondlegger van Museum Wierdenland. Reden genoeg om in deze tentoonstelling ook op zoek te gaan naar de ziel van dit meer dan 2500 jaar oude landschap. Tevens wordt verkend hoe dit erfgoed te laten bestaan naast een vitaal platteland. 

7

Harold Kleyn Terug in Oost-Groningen

Vestingmuseum Oudeschans 14 maart tot en met 27 juli 

Een expositie van de veelzijdige landschapsschilder Harold Kleyn. Harold is de afgelopen tijd al meerdere keren, met palet en penselen, in Oudeschans gesignaleerd om speciaal voor de komende expositie nieuw werk in en van Oudeschans te maken. Zijn schilderijen zijn tevens te zien in het kleinste ‘museum’ van Oudeschans de Pottenkaaste aan de Voorstraat.

8

Goud – 50 jaar trouwen op Landgoed Fraeylemaborg

Landgoed Fraeylemaborg Slochteren tot en met 24 augustus 

Landgoed Fraeylemaborg viert een bijzonder jubileum: 50 jaar museum en dus ook 50 jaar trouwen op het iconische Groningse landgoed. Ter gelegenheid hiervan is tot en met 24 augustus de tentoonstelling 'Goud – 50 jaar trouwen op Landgoed Fraeylemaborg', een fototentoonstelling van vijf decennia bruidsfoto’s te zien. De foto-expositie neemt de bezoeker mee door de tijd en toont een indrukwekkende verzameling van trouwfoto's, die het verhaal vertellen van de vele stellen die hun huwelijksdag ooit op Fraeylemaborg vierden. Een aantal foto’s is uitgelicht met een korte film waarop het bruidspaar iets vertelt van hun dag.

Colofon

Jaargang 6, nummer 1, februari 2025, ISSN: 24-05-8270

Redactie

Thea Pol, Patricia Ottay

Met medewerking van:

Jan Groenbroek, Carien Kremer, Cato Piek, Geert Pruiksma

Vormgevingsconcept en lay-out: Gerard de Vries, Smartmobiletour.nl

Wilt u reageren of heeft u kopij:  info@erfgoedpartners.nl 

Erfgoedpartners | CGTC Berlagehuis Raadhuisstraat 39988 RE Usquert www.erfgoedpartners.nl / www.cgtc.nl

Erfgoednieuws is de digitale nieuwsbrief van Erfgoedpartners en Centrum Groninger Taal & Cultuur en verschijnt iedere zes weken. Deze nieuwsbrief kon tot stand komen mede dankzij de jaarlijkse subsidie van de Provincie Groningen.

Anna van Ewsum met tot slaaf gemaakte bediende door Jan de Baen

Raoul Buurke verdedigde zijn proefschrift over taal- en sprekerspopulatieveranderingen op 13 februari 2025. Foto: Cato Piek

Dagblad v/h Noorden 24 februari 2024

Hoeveel het Nedersaksisch wordt doorgegeven aan de kinderen. Blauw: relatief weinig. Oranje: relatief vaak. Bron: Proefschrift Raoul Buurke

Dr. Jan J. Boer overhandigt de eerste K. ter Laanprijs aan Lianne Abeln en David Hartsema op de Dag van t Grunneger Bouk 1985. (Foto: archief Stichting t Grunneger Bouk).

Siemon Reker © Corné Sparideans

Jan Groenbroek heeft het eerste exemplaar van het begunstigersboek 2024 overhandigd aan Judith van Hoving, de oudste kleindochter van dr. Jan J. Boer. (Foto: Jur Engels.)

Tuin Fraeylemaborg in de winter; foto: Fraeylemaborg

Foto: Fraeylemaborg

Hoofdpoort